New York, 1958. De avontuurlijke mannen Erik Hazelhoff Roelfzema en Ben van Marken ontmoetten elkaar in deze metropool. Roelfzema was sinds kort Amerikaans staatsburger en werkte voor NBC. Van Marken had inmiddels de Canadese nationaliteit en werkte voor een multinational. Behalve hun Nederlandse achtergrond deelden zij de fascinatie voor de autosport, en al snel kwam het onderwerp op de belabberde autosportreputatie van het vaderland.

De activiteiten van de Nederlandse coureurs waren gericht op een handjevol liefhebbers, en speelden zich af op het circuit van Zandvoort. In altijd dezelfde, oude, racewagens, zonder enige vorm van financiële ondersteuning zodat van vernieuwing geen sprake kon zijn. Er werden door diverse coureurs wel internationale successen geboekt. Sprenger van Eyk won in 1929 de Rally van Monte Carlo, toen deze nog te typeren was als een ware uitputtingsslag. In 1937 won Eddy Hertzberger de Mille Miglia, een fameuze rally door Italië. Ook andere coureurs boekten bescheiden successen in het buitenland. Het leek onjuist om te veronderstellen dat Nederlandse coureurs niet in staat zouden zijn om op topniveau te presteren.

In 1963 vond er opnieuw een ontmoeting plaats tussen Hazelhoff Roelfzema en Van Marken. Roelfzema had zijn zoon Erik junior inmiddels beloofd hem te ondersteunen bij diens ambitie om coureur te worden. Roelfzema en Van Marken besloten tot de oprichting van een stichting die de belangen van de Nederlandse autosport zouden moeten behartigen. De oprichting van het Racing Team Holland vond plaats in februari 1963. In de taveerne De Vijverhut, nabij het Zandvoortse circuit, verzamelden zich de enthousiaste racefanaten Ben van Marken, Erik Hazelhoff Roelfzema, Fred van der Vlugt, Henk van Zalinge, Ben Pon, Maarten van Wamelen, Rob Slotemaker, Wim Blankevoort, Hans Hugenholtz sr, en Jan Apets. Niet iedereen had dezelfde hoge verwachtingen, maar allen waren bereid de eerste sponsorbijdrage in de pot te stoppen. Het doel was duidelijk; Nederland aan de top van de internationale racerij te brengen, met wellicht als bonus een Nederlandse wereldkampioen. Maar ook: ondersteuning aan jonge, talentvolle coureurs. Dit bood hen de mogelijkheid te schitteren op het circuit.

Het links en rechts lospeuteren van bedragen bleek niet eenvoudig. Het eerste grote succes was de sponsoring door Pon, de importeur van Volkswagen en Porsche, en de vader van medeoprichter Ben Pon. Zijn bijdrage van 44.000 gulden maakte de koop van de nieuwe Porsche 904s mogelijk. Het huzarenstuk van het jonge Racing Team Holland kwam een jaar later, toen Ben Pon in de oranje geschilderde Porsche 904 succesvol de finish behaalde tijdens de Grand Prix van Spa-Francorchamps. Kort daarna kwam de glorie op Nürburgring, dit keer samen met de Duitser Gerhard Koch. Dit maakte dat het jonge team een veelbelovende start neerzette, nog voor de officiële introductie in bijzijn van de pers, juni 1964. De eerste coureurs werden voorgesteld: Ben Pon, Rob Slotemaker en Henk van Zalinge. Later werd het team uitgebreid met David en Gijs van Lennep, Wim Loos, Gerhard Koch, Robert Buchet en Carel Godin de Beaufort.

De vliegende start in 1964 maakte de belofte meer dan waar, en de doelstelling is ruimschoots overtroffen. Vele, vele successen volgde door de jaren heen, jong talent kon zich in het team ontwikkelen en vloog vervolgens uit. Na de eerste lichting rijders eindigde de “Porsche periode” (1964-1967). Een nieuwe lichting werd geboren, met Jan Lammers, Arie Luyendijk en Huub Rothengatter. In 1978 behaalde Jan Lammers de Europese formule 3 titel. Zonder het bestaan van het Racing Team Holland zou er geen sprake zijn geweest van ontdekking van Nederlandse racetalenten. Het Racing Team Holland heeft de autorace aan het Nederlandse volk laten zien. En het Racing Team Holland heeft wereldwijd de aandacht op Nederland gevestigd.

Vanaf 1981 brak een periode van betrekkelijke stilte aan. De kosten in de racerij rezen de pan uit, het budget van Racing team Holland was niet langer toereikend. In 1987 werd het team nieuw leven ingeblazen door Anthony Mak van Waay en Hans Hugenholtz jr. In de jaren tachtig was er veel belangstelling voor historische autoraces. Het Racing Team Holland besloot zich in deze klasse te profileren. Het team bestond, behalve uit Mak van Waay en Hugenholtz jr, ook uit andere bekende namen uit de racewereld. Het werd een graag geziene gast op internationale circuits, en behaalde in deze Historische klasse vele glorieuze overwinningen. Daarnaast deed en doet het verjongde team mee in de klasse GT International, met de coureurs Hans Hugenholtz, Alain Filhol, Cyril Prunet en Peter Kox.

Anno 2008 is het Racing Team Holland niet minder succesvol dan in de beginjaren. De broers Bernhard en Pieter-Christiaan Van Oranje hebben de gelederen verstrekt, en ook Jan Lammers is terug in het team. De agenda voor 2008 ziet er veelbelovend en spectaculair uit. Inmiddels is er een boek verschenen over de geschiedenis van dit Hollandse fenomeen. Erik Hazelhoff Roelfzema sr heeft in augustus 2007 de uitgave van “Racing Team Holland, history of the Dutch racing team” nog meegemaakt.

Auteur; Wilma Steenbergen